CDA  – Samen Succesvol voor Wassenaar

Zorgen over de zorg ook bij CDA Wassenaar

Reacties uitgeschakeld voor Zorgen over de zorg ook bij CDA Wassenaar

Brief mede namens Karsten Klein CDA wethouder te Den Haag.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vaste commissie voor VWS

Postbus 20018

2500EA Den Haag

Den Haag, 27 november 2012.

 

Betreft:

 

Zorgen over de zorg

Geachte leden van vaste commissie voor VWS van de Tweede Kamer,

Begin december bespreekt u de begroting 2013 van het ministerie van VWS. Wij maken in dit verband van de gelegenheid gebruik om onze eerste reactie kenbaar te maken over wat in het regeerakkoord is afgesproken over de langdurige extramurale zorg en maatschappelijke ondersteuning. U kunt onze brief zien als een aanvulling op de brief van de VNG van 26 nov. jl..

Wij zien de voorgenomen decentralisatie van taken als een principieel juiste lijn, bedoeld om met beter maatwerk voor de burgers de stijgende kosten te beperken. De grote bezuinigingen waarmee dit gepaard gaat zal echter het beroep op de zwaardere – en duurdere – zorg enorm doen toenemen. De maatregelen genoemd in het Regeerakkoord schieten daarmee hun doel voorbij en dreigen daardoor in onze ogen tot een onwerkbare situatie te leiden. Wij roepen u op om bij uw debat oog te hebben voor het geheel van de zorg – omdat goede maatschappelijke zorg leidt tot kostenbeheersing in de totale zorg.

Positief zijn wij over de duidelijke koers van het kabinet als het gaat om de inrichting van de langdurige zorg. Er komt een landelijke instantie, waar vanuit de intramurale zorg wordt georganiseerd voor mensen die deze het hardst nodig hebben. Gemeenten bieden de extramurale zorg en ondersteuning van kwetsbare burgers die met de nodige hulp zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit is ook in lijn met het beleid van eerdere kabinetten om meer taken vanuit de AWBZ over te hevelen naar gemeenten. Het in het regeerakkoord voorgenomen beleid schept duidelijkheid in verantwoordelijkheden en voorkomt afwentelgedrag.

Ook zijn we positief over de omslag die het kabinet wil maken naar meer maatwerk, meer zorg in de buurt en meer samenwerking tussen aanbieders. Dit sluit goed aan bij hoe gemeenten, vanuit de instrumenten die zij tot nu toe tot hun beschikking hebben, in toenemende mate vorm geven aan de Wmo: ondersteuning die aansluit op wat burgers en hun omgeving zelf nog kunnen. Met goede resultaten! Mits goed gefaciliteerd (b.v. betrouwbare achtervang) blijken veel informele zorgers bereid en in staat om voor hun naasten te zorgen. Nu gemeenten verantwoordelijk worden voor de totale langdurige extramurale zorg zien wij zeker kansen om de zorg meer op maat en efficiënter en daarmee goedkoper te organiseren. We zijn dan ook blij met de beleidsruimte die we daarvoor krijgen. 2 / 3

Grote zorgen maken wij ons echter over de condities die het Regeerakkoord ons hiervoor meegeeft. Speciaal vragen wij uw aandacht voor de bezuinigingen die het kabinet tegelijkertijd inboekt op de hulp bij het huishouden, de begeleiding en de persoonlijke verzorging. Terwijl de groep mensen die straks is aangewezen op Wmo-voorzieningen en andere gemeentelijke voorzieningen de komende jaren aanzienlijk groter wordt. Bovendien landt een aantal maatregelen onevenredig veel in bepaalde huishoudens. We pleiten dan ook voor een monitor onder regie van het ministerie van BZK die de inkomenseffecten voor de bovengenoemde maatregelen in beeld brengt.

Hulp bij het huishouden

Het budget voor de Wmo huishoudelijke hulp wordt met 1,2 miljard euro gekort. Deze bezuinigingsmaatregel heeft grote betekenis en het is de vraag of hulpbehoevende burgers nog de hulp en ondersteuning kunnen krijgen die ze nodig hebben. Met deze maatregel bezuinigt het nieuwe kabinet 75% op de hulp bij het huishouden. Hierdoor raken tienduizenden burgers, vooral ouderen, hun hulp kwijt. Deze hulp moeten ze in het vervolg zelf gaan betalen. Per huishouden komt dit neer op een bedrag dat gemakkelijk oploopt naar zo’n 300 euro per maand.

Met de resterende 25% van het budget moet een grote groep mensen bediend worden. De hulp bij het huishouden is straks weliswaar alleen nog voor mensen die het niet zelf kunnen betalen toegankelijk. Echter, meer dan driekwart van de doelgroep heeft een laag inkomen. Het budget is ontoereikend om hen allemaal van de benodigde hulp te blijven voorzien. Dat betekent dat ook de mensen met een laag inkomen veel minder uren hulp gaan ontvangen.

Extramurale zorg en begeleiding

Gemeenten worden vanwege het doorzetten van de extramuralisering verantwoordelijk voor een nóg grotere groep mensen dan voorheen. Tussen nu en 2016 vervallen de zorgzwaartepakketten 1 tot en met 4. Hiermee wordt de functie verblijf voor deze categorieën burgers geschrapt. In totaal hebben nu 150.000 mensen een dergelijke indicatie. Met name bij de ZZP’s 3 en 4 gaat het om mensen met een zeer grote vraag naar (regie-) ondersteuning. Deze mensen zijn straks voor hun langdurige ondersteuning ook aangewezen op voorzieningen in het kader van de Wmo, waaronder huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding en persoonlijke verzorging. Dit betekent dat het beroep op deze voorzieningen extra zal toenemen. Wij verwachten van het rijk dat hier rekening mee wordt gehouden. We mogen aannemen, dat een groot deel van deze mensen niet (meer) beschikt over een groot netwerk waar een beroep voor ondersteuning op kan worden gedaan, anders zouden zij tot nu toe niet voor zorg met verblijf zijn geïndiceerd. Tegelijkertijd weten wij dat juist voor deze mensen het organiseren van 24-uurstoezicht, zorg op afroep, regie- en mantelzorgondersteuning uitermate belangrijk is Het regeerakkoord geeft bovendien geen helderheid over de manier waarop gemeenten financieel in staat worden gesteld deze kwetsbare burgers een veilige leefomgeving te bieden.

In het regeerakkoord is zelfs afgesproken om fors te bezuinigen op juist die vormen van ondersteuning, die mensen in staat stellen om langer thuis te blijven wonen. Naast de bezuiniging op de huishoudelijke hulp van 75% wordt op de functies begeleiding en persoonlijke verzorging 1,6 miljard bezuinigd (25% van het budget). Deze maatregel komt bovenop de maatregel vervoer van en naar dagbesteding en de PGB-maatregel in het kader van het Lenteakkoord.

Zoals u bekend staat in het regeerakkoord dat prioriteit gegeven wordt aan zorg met een medisch karakter boven zorg met een niet-medisch karakter. Omdat mensen bij die laatste vorm van zorg vaker (maar niet altijd) op alternatieven in eigen kring kunnen terugvallen. Dat verklaart ook waarom binnen het geheel van de zorg de langdurige zorg zwaarder wordt aangeslagen dan de curatieve zorg. Wij kunnen deze redenering volgen maar zijn van mening dat die tot een andere conclusie moet leiden dan die nu uit het regeerakkoord spreekt. Het paard wordt zo achter de wagen gespannen. Maatschappelijke zorg en ondersteuning stellen mensen in staat om langer thuis 3 / 3

te blijven wonen. Als dat niet meer geleverd kan worden aan mensen die dat wel hard nodig hebben leidt dat tot sociaal isolement, verwaarlozing en/of vervuiling, en ernstige overbelasting van mantelzorgers. Met als resultaat dat mensen vaker naar de huisarts zullen gaan en eerder een beroep zullen doen op intramurale zorg (AWBZ), maar ook op specialistische zorg (Zvw) dan eigenlijk nodig was geweest. Onverantwoorde bezuinigingen in de Wmo zullen dus leiden tot meer ziektelast en gebruik van dure zorgvoorzieningen.

Wij roepen de Tweede Kamer daarom op om andere keuzes te maken en daarbij de extramurale en maatschappelijke zorg te bezien vanuit het perspectief van de totale zorg. Dit sluit aan bij de brief van 21 november jl. aan uw Kamer, waarin de Minister en Staatssecretaris aangeven dat zij open staan voor andere wegen om binnen de beschikbare financiële kaders hetzelfde doel te bereiken. Als suggestie geven wij alvast mee dat er in de afgelopen periode verschillende rapporten zijn verschenen waarin bijvoorbeeld duidelijk wordt gemaakt dat een zeer groot deel van de huidige ziektelast te voorkomen is door goed en breed preventief en sociaal beleid en waarin wordt gewezen op besparingsmogelijkheden in de zorg door zuiniger omgaan met materialen, medicijnen, enzovoorts. Hiermee zouden miljarden bespaard kunnen worden, zonder dat kwetsbare groepen mensen in de knel komen. Een bijkomend voordeel is ook dat tienduizenden banen in de zorg gespaard blijven. Mensen die in de zorg werken zijn vaak laagopgeleid; in het licht van de stijgende werkloosheid zal het voor hen moeilijk zijn om aan ander werk te komen, met alle gevolgen van dien – inclusief een toenemend beroep op de uitkeringen.

Wij denken graag mee over oplossingen. Wij zullen ondertussen grote inspanningen verrichten om de langdurige zorg zo goed en efficiënt mogelijk te organiseren, waardoor aan de exorbitante stijgingen in de kosten voor de zorg van de afgelopen jaren een halt wordt toegeroepen en we inderdaad een houdbaar zorgstelsel overeind kunnen houden. We moeten voorkomen dat gemeenten voor een onmogelijke opgave komen te staan.

Met vriendelijke groet, namens de G32 Sociale Pijler en de G4 WMO-wethouders,

Corrie Noom, voorzitter G32 Sociale Pijler en wethouder gemeente Zaanstad

Jannie Visscher, wethouder gemeente Groningen

Karsten Klein, wethouder gemeente Den Haag

Deel dit artikel!

Reacties zijn gesloten